Tekst en foto's: Arno Brugging - Cartoon: Zwemkroniek 1976, nr. 31 (collectie Ron Wessels)
Menig generatiegenoot van Kors van Tilburg (1955) heeft inmiddels het waterpolopensioen ingeluid. Zo niet deze energieke Boskoper, geboren in Waddinxveen. Zijn dagen vult hij met fitness, familie, de tuin én waterpolo. Komend seizoen staat hij opnieuw als hoofdtrainer en -coach aan de kant bij SG WZC dames 1 uit Zoetermeer.
Waterpolo werd de jonge Kors met de paplepel ingegoten bij De Gouwe in Waddinxveen, waarvan zijn vader één van de oprichters was. Van Tilburg senior lag zelfs tot zijn tachtigste in het doel. Datzelfde doel verdedigde Kors junior ook, in de tijd dat De Gouwe tot de topploegen van Nederland behoorde en in de hoofdklasse uitkwam. “In het oude buitenbad van De Sniep in Waddinxveen lag vroeger standaard een doel. Wij lagen daar te pas en te onpas in het water een balletje te gooien,” aldus Kors.
Vorig seizoen stond Van Tilburg nog langs de badrand bij BZ&PC in Bodegraven. Helaas viel dat team uit elkaar en daarmee ontstond de mogelijkheid om verder te kijken. Want het trainen en coachen geeft Kors nog altijd veel plezier. “Toen SG WZC belde dacht ik: daar zal ze je hebben. Als ik dames van SG WZC tegenkwam, werd er altijd gekscherend gevraagd wanneer ik weer terugkwam. Nu was het blijkbaar het juiste moment. Ik ken ook nog genoeg dames uit mijn eerste periode bij SG WZC.”
In zijn trainingen richt de oud-keeper zich veel op conditie én benen. “Met sterke beenspieren kan je zoveel meer als waterpoloër. Niet alleen keepers, maar ook veldspelers hebben hier baat bij. Daarnaast wil ik graag zien dat speelsters voor elkaar willen werken. Als één geheel kunnen we veel bereiken dit seizoen, zeker als we jeugdige speelsters kunnen toevoegen aan het team.” De doelstelling is dan ook duidelijk: “Zo hoog mogelijk eindigen. We mogen ook best uitspreken dat we kampioen willen worden en willen promoveren.”
Als hem wordt gevraagd welke spelregels hij graag anders zou willen zien, is hij stellig. “De midachter mag tegenwoordig steeds minder, dat is wel jammer. Scheidsrechters fluiten snel en sturen een speler ook sneller met een U18 de hoek in. Vroeger kon daar wel iets meer.” Het zorgt er volgens Kors ook voor dat de manmeer en manminder steeds belangrijker worden in het spel. “Als ik moest kiezen, vind ik een goede manminder belangrijker dan een manmeer.”
Van Tilburg heeft bij De Gouwe jarenlang jeugdteams getraind en gecoacht. “Het is verstandig om in de jeugd te blijven investeren en te zorgen voor een brede basis.” Voor jeugdspelers heeft hij dan ook een duidelijk advies: “Durf te vragen en leer van oudere en meer ervaren spelers. Daar kan je heel veel van leren.”
Als oud-keeper kan Kors de jeugdige doelmannen én doelvrouwen ook van advies voorzien. “Benen, benen en nog eens benen. Zorg dat je sterke beenspieren hebt als keeper én train je reactievermogen. Daarnaast zie ik keepers ook graag aansluiten bij een aanval. Ze kunnen best een paar meter hun doel uitkomen om zo een betere pass te geven.” Kors’ grote idool is waterpolokeeper Evert Kroon*: “Evert Kroon was zó ontzettend sterk in zijn benen. Die kon de bovenkant van zijn zwembroek drooghouden als hij een baan benen deed.”
Tot slot ziet Kors volop kansen in het toepassen van fitnessoefeningen om te werken aan lenigheid en stabiliteit. “Vroeger hingen wij ook wel aan de gewichten, maar we hadden niet de kennis en begeleiding die tegenwoordig beschikbaar zijn. Met de juiste oefeningen kan je heel veel sterker worden.”
Als het interview ten einde loopt, zijn de dames van SG WZC al volop met de warming-up bezig. Van Tilburg kijkt met een glimlach toe. “Blijkbaar is het goed bevallen dat ik hier weer terug ben. We gaan er een mooi seizoen van maken.”
* Evert Kroon (1946-2018) deed mee aan de Olympische Spelen van 1968, 1972 en 1976. In 1976 won het Nederlands team brons. Kroon wordt beschouwd als één van de beste waterpolokeepers ooit in Nederland.